Er wordt veel geschreven en gesproken over de eventuele gevolgen van TTIP voor de voedselveiligheid en het milieu. Maar wat doet het handelsakkoord eigenlijk voor Nederlandse ondernemers?

De onderhandelingen over het nieuwe vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten, de Transatlantic Trade and Investment Partership (TTIP), slepen zich nog wel even voort. Maar als het zover is, wordt zakendoen met Amerika gemakkelijker en goedkoper.

Resterende importheffingen zullen verdwijnen en de regels in de twee handelsblokken zullen deels gelijkgetrokken worden. Maar welke sectoren hebben daar profijt van en welke sectoren moeten zich opmaken voor de komst van concurrenten uit de VS?

Effect TTIP op gehele economie zeer beperkt

Eerst maar eens de algemene effecten op de economie. Vrijhandel leidt meestal tot meer handel en tot een toename van de welvaart. Wat echter opvalt in alle onderzoeken die naar de economische effecten van TTIP zijn gedaan, is dat het effect klein zal zijn. Enkele procenten of zelfs tienden van procenten meer groei over een periode van 15 jaar, meer wordt het niet.

Dat geldt ook voor het door tegenstanders van TTIP vaak aangehaalde onderzoek van de Amerikaanse econoom Jeronim Capaldo. Het grote verschil is dat hij inschat dat het effect van een handelsverdrag voor de EU licht negatief uitpakt terwijl de VS profiteert, zoals Z24 eerder al schreef.

Handel met Nederland

Kijk je naar de effecten voor de Nederlandse economie, dan is het beeld diffuus, ook al omdat geen enkel onderzoek Nederland eruit licht.

Op basis van het kritische onderzoek van Capaldo uit 2014 mag je verwachten dat Nederland bovengemiddeld last krijgt van TTIP. Hij ziet namelijk dat een deel van de intra-Europese handel wordt vervangen door trans-Atlantische handel.

Met name de landen in Noordwest-Europa en Duitsland hebben daar last van. Nederland is weliswaar een exportland, maar die uitvoer is voor 70 procent naar andere EU-landen. Nederland slaagt er minder goed in die uitvoer te verleggen naar buiten de EU, zo bleek onlangs uit een rapport van ING.

Een recent artikel van economen van de Rabobank voorspelt juist een positief effect voor Nederlandse bedrijven. Daarbij baseren ze zich op conclusies uit een ander rapport over TTIP van het Centre for Economic Policy Reseach (CEPR).

In dat rapport hebben onderzoekers gekeken welke sectoren profijt, dan wel last hebben van een vrijhandelsakkoord. De zakelijke dienstverlening profiteert relatief veel bijvoorbeeld, terwijl bedrijven in de metaal- en elektrotechnische industrie schade van TTIP zullen ondervinden.

Omdat in Nederland de zakelijk dienstverlening veel groter is dan de metaalsector, zou ons land meer van het verdrag profiteren dan ander landen. Overigens gaat het ook hier weer om procentueel gezien kleine verbeteringen.

Importtarieven en werkgelegenheid

Dat de gevolgen op macro- en sectoraal niveau niet bijzonder groot zijn, betekent niet dat er geen bedrijven zijn voor wie TTIP wel een grote rol gaat spelen.

Ten eerste zijn er de importtarieven, die nog steeds bestaan. Over de gehele linie hanteert de Europese Unie grosso modo hogere importtarieven dan de Verenigde Staten. Meestal zijn die in Europa enkele procentpunten hoger, maar soms is het verschil groot.

Voor het invoeren van een Amerikaanse auto in Europa betaal je gemiddeld bijna 8 procent aan invoerrechten, andersom maar 1,2 procent. Bij bewerkt voedsel is de kloof nog groter: dik 14 procent tegenover 3,3 procent, aldus CEPR. Voor bedrijven die zich daadwerkelijk bezighouden met de im- of export van deze goederen kan een akkoord enorme gevolgen hebben.

Ook voor de werkgelegenheid in sommige sectoren, kan TTIP gevolgen hebben. Een multinational actief in de voedingsindustrie laat bijvoorbeeld nu zijn producten in Nederland zelf maken, maar als de tarieven genoeg dalen, is het misschien aantrekkelijker om ze te verschepen vanuit de VS.

Regels gladstrijken

Belangrijker dan het slechten van de toch al lage tarieven, is in TTIP het zoveel mogelijk gladstrijken van de verschillen in regels. Dat zou, zo valt te lezen op de site van de Europese Commissie, vooral fijn zijn voor mkb-bedrijven.

De bureaucratische barrières vormen vooral voor kleine bedrijven een probleem, omdat ze hoge kosten met zich mee brengen. Kosten die multinationals wel kunnen dragen, maar die voor kleinere ondernemers reden zijn om af te zien van export naar Amerika.

Echter, wat voor het ene bedrijf een vervelende regel is die exportmogelijkheden beperkt, is voor het andere bedrijf een voordeel: het houdt buitenlandse concurrenten buiten deur. Afhankelijk van de branche en aan welke kant van de oceaan zit, kan een handelsverdrag in je voordeel of juist in je nadeel uitvallen.

Geheime onderhandelingen

De onderhandelingen zijn helaas geheim. Dat is gebruikelijk, want tijdens het onderhandelen houd je het liefst je eigen kaarten voor de borst. Het maakt het voor bedrijven – zeker die zonder een invloedrijke lobby en contacten in Brussel – lastig om te achterhalen wat het handelsakkoord voor hun bedrijf kan betekenen.

De enige informatie die nu echt openbaar is gemaakt, is van de Europese Commissie. Het zijn de voorstellen die de Europese Commissie doet en de zaken die het op de agenda plaatst.

Zo weten we dat Europa de Amerikanen tijdens de meest recente onderhandelingsronde heeft aangesproken op het voortrekken van de eigen wijnmakers en bierbrouwers, de strenge inspecties van olijven en (te) strenge controle op melkproducten als boter. Ook heeft Brussel aangedrongen om openbare aanbestedingen in de VS zo aan te passen dat Europese mkb-bedrijven beter mee kunnen dingen naar overheidscontracten. Dat zou bijvoorbeeld fijn kunnen zijn voor Nederlandse baggerbedrijven.

Helaas zal het resultaat pas duidelijk worden na afloop van de onderhandelingen, want het Amerikaanse antwoord, nog hun eigen standpunten, kennen we niet. Ondernemers die op een eventuele uitkomst vooruitlopen door extra investeringen te doen, nemen dus een enorme gok. Voor ondernemers is TTIP voorlopig nog een black box.

Dit is het achtste en laatste artikel in een reeks van De Maand van de Export. Deze maand wordt mogelijk gemaakt door ING.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl